1. Respecteer alle geldende wetten en regels. Het rijden in een groep geeft een verhoogt risico door de korte afstand ten opzichte van de mede fietsers.Tourclub Logo klein
  2. Het dragen van een valhelm tijdens clubritten is verplicht.
  3. Rij defensief. Ga er altijd vanuit dat anderen je misschien niet zien.
  4. Kijk vooruit en vooral door de groep heen en anticipeer en gebruik de juiste armtekens en of verbale communicatie om je mede fietsers te waarschuwen voor gevaar. ( zie punt 25 )
  5. Verander nooit abrupt van richting of rem niet plotseling, maar rijd langzaam uit;
  6. Pas in de bebouwde kom de snelheid aan zoals ook bij een ongewone situatie.
  7. Iedereen die wil, doet een deel van het kopwerk.
  8. Bij twijfel over de route altijd de voorrijders volgen, ook als je denkt dat de route niet de goede is.
  9. Een kruising wordt zoveel mogelijk als groep overgestoken.
  10. Het gedrag van de voorrijders is bepalend voor de veiligheid van de groep.
  11. Bellen met de mobiel tijdens het fietsen in de groep is ten strengste verboden.
  12. Van kop af, beiden aan dezelfde kant naar achter zakken.
  13. Gebruik een bel als u medeweggebruikers wilt inhalen
  14. Als een groepslid om een of andere reden (bijv. ziekte) alleen verder zou moeten, blijft tenminste één groepslid hem/haar vergezellen.
  15. Beland je in de berm? Rijd niet de weg of het fietspad weer op maar rijd rustig uit en rem;
  16. Rij niet met losse handen in de groep.
  17. Als iemand het tempo niet aan kan, wacht op elkaar en pas het tempo aan; Indien iemand die duidelijk moeite heeft met het tempo; laat deze persoon op de tweede/derde rij fietsen; Sportief =  bij straffe zijwind tegen, de minderen ‘uit de wind’ te zetten.
  18. Verhoog na een bocht aan de kop van de groep het tempo altijd langzaam om racen aan de staart te voorkomen (harmonica werking);
  19. Voer een gesprek met uw blik vooruit;
  20. Fiets nooit onder invloed van alcohol of drugs-medicijnen;
  21. Slalom niet door het verkeer of maak geen onverwachtse bewegingen;
  22. De wegkapitein bepaalt de route vooraf;
  23. Stop afval in de achterzak van je shirt of in een afvalbak.
  24. Bij obstakels op de route: zowel mondeling als in gebaar doorgeven.
  25. Iedereen volgt de gegeven commando’s en geeft deze door.
  • Commando STOP: de voorrijder steekt een hand op.
  • Commando VRIJ: de voorrijder geeft dit commando als de weg vrij is en verder gereden kan worden.
  • Commando LINKS of RECHTS: de voorrijder roept commando en steekt de desbetreffende hand uit.
  • Commando TEGEN: bij rijdend tegemoet komend verkeer. Iedereen ritst of geeft ruimte.
  • Commando VOOR: bij het gaan passeren van een stilstaand object en/of het passeren van een fietser c.q. rijdend object.
  • Commando ACHTER: bij achteropkomend verkeer. Iedereen ritst of geeft ruimte.
  • Commando LEK: bij pech of lek. Iedereen rijdt naar een veilige plek bijv. een inrit of een brede berm om pech te verhelpen. Blijf niet op de weg staan.
  • Commando Paaltje: Men geeft aan waar het object staat d.m.v. armgebaar.

Tekens in de groep

STOPPEN: Voorrijder steekt linkerarm omhoog en roept “STOP”. Groep geeft roep door naar achter.

WEG VRIJ: Voorrijder steekt linkerarm omhoog, wuift naar voren en roept “VRIJ”. Groep geeft roep door naar achter.

RECHTDOOR: Voorrijder roept “RECHTDOOR”. Groep geeft roep door naar achter.

AFSLAAN: Voorrijder steekt arm naar links of rechts en roept “LINKS” of “RECHTS”. Groep geeft roep door naar achter. Achterrijder steekt ook arm uit.

OBSTAKEL RECHTS/INHALEN: Voorrijder roept “VOOR”. Groep geeft roep door naar achter.

OBSTAKEL LINKS/TEGENLIGGER: Voorrijder roept “TEGEN”. Groep geeft roep door naar achter.

OBSTAKEL IN/OP WEGDEK: Voorrijder roept naam obstakel en wijst ernaar. Groep geeft roep door naar achter.

ACHTER ELKAAR RIJDEN: Voorrijder/achterrijder roept “RITSEN”. Groep geeft roep door en geeft ritsers de ruimte.

INGEHAALD WORDEN: Achterrijder roept “ACHTER”. Groep geeft roep door naar voren.

PROBLEMEN: Betrokkene roept “LEK”.

Sponsors

top